Op deze vraag zijn heel veel antwoorden mogelijk, maar de kortse is: DNA is een code. Een lange code, die bij de mens bestaat uit ongeveer drie miljard tekens. Er zijn maar vier verschillende tekens in het DNA, die worden afgekort met G, A, T en C. De code heeft twee rollen. Ten eerste geeft de code opdrachten aan onze cellen, zodat ze weten wat ze moeten doen. Ten tweede wordt de code doorgegeven aan de cel die zich deelt of aan de mens die zich vermenigvuldigt.

Het is de tweede rol die DNA zo interessant maakt voor genealogisch onderzoek.

Het DNA is bij de mens opgedeeld in 46 chromosomen, 23 afkomstig van de moeder en 23 van de vader. Van de moeder erf je altijd 22 "normale" chromosomes plus een X chromosoom. Van de vader erft de zoon 22 normale chromosomes plus een Y chromosoom, en de dochter 22 chromosomen plus een X chromosoom. De 22 normale chromosomen worden autosomen genoemd. Chromosomen X en Y heten sexchromosomen. De autosomen hebben elk een nummer van 1 tot en met 22, op grond van hun grootte. Chomosoom 1, Chromosoom 2, enzovoort. Het DNA op alle autosomen samen heet het autosomaal DNA. De gelijkgenummerde chromosomen die je van elk van de ouder krijgt zijn voor 99.9% identiek en worden daarom homologe chromosomen genoemd.

Dat is bijna het hele verhaal. Er is ook nog een beetje mitochondrieel DNA. Dat krijg je alleen van je moeder.

Zowel vader als moeder hebben 46 chromosomen. Maar er worden er maar 23 doorgegeven aan zoon- of dochter. Van elk gelijkgenummerd chromosoom één, plus X of Y. Maar welke 23? 

Er wordt niet onmiddellijk een keuze gemaakt tussen een van de twee homologe chromosomen, er worden eerst homologe stukken uitgewisseld (gemiddeld 1 tot 4 per chromosoom), in een proces dat homologe recombinatie wordt genoemd. Daarna wordt per toeval een keuze gemaakt tussen een van de twee homologe chromosomen. En bij de vader een keuze tussen X of Y. Het kind krijgt dus een een mix van de twee homologe chromosomen van elke ouder. Maar welke mix, dat is per toeval.

Het DNA dat je krijgt van vader en moeder is onderscheidbaar

Als dat niet zo was, was er geen DNA genealogie. De DNA code van ieder mens verschilt een beetje. Ongeveer 0.1%. Dat lijkt niet veel, maar dat is toch 1 op de 1000 codetekens. We verschillen ongeveer een miljoen codetekens van onze niet gerelateerde medemens. De posities waar mensen ven elkaar verschillen op het DNA worden SNPs genoemd. Single nucleotide polymorphisms. Door de verschillende DNA bedrijven zoals Ancestry, FamilyTreeDNA en 23andMe worden deze plaatsen op het DNA getest. Uit de overeenkomsten en verschillen kunnen familieverbanden worden afgeleid.